Pastoraal plan gemeenschapsopbouw

1.Inleiding
Na de inmiddels verschenen pastorale plannen over de diaconie, catechese en liturgie ligt nu voor u het pastoraal plan gemeenschapsopbouw. In dit pastorale plan willen we allereerst ingaan op het grote belang dat wij hechten aan gemeenschapsopbouw als een van de 5 pijlers van het pastoraat. Na dit pastoraal plan volgt nog een pastoraal plan over levensbegeleiding (de vijfde pijler) en tenslotte willen we afzonderlijk stilstaan bij de rol van de verschillende beleidsorganen te weten: het pastoraal team, het parochiebestuur en de parochievergadering.
Vanzelfsprekend zullen we ook in dit pastoraal plan op basis van een analyse van wat we al hebben bereikt, aangeven welke doelen wij op het gebied van gemeenschapsopbouw willen nastreven. In het bijzonder zullen we daarbij ingaan op de rol die communicatie daarbij speelt. 
Anders dan bij de totstandkoming van de vorige pastorale plannen hebben we er deze keer niet voor gekozen om iedereen die betrokken is bij de parochie eerst zelf aan het woord te laten, alvorens dit rapport te schrijven. We hebben ons deze keer vooral laten inspireren door wat door Leo Fijen tijdens zijn presentatie t.g.v. van het 25-jaar bestaan van de Goede Herderkerk op 8 november 2006 naar voren is gebracht. Tijdens die presentatie zijn door hem criteria voor de vitaliteit van een parochie naar voren gebracht die wij wezenlijk achten voor de gemeenschapsopbouw van onze parochie.
Zoals ook bij de totstandkoming van de andere pastorale plannen hebben we ook nu gebruik gemaakt van andere documenten die hierover verschenen zijn.  Het gaat daarbij niet alleen om (beleids)documenten uit onze parochie, ook visies en standpunten van anderen buiten de parochie hebben we daarbij betrokken.
Genoemd kunnen o.a. worden:
-       Samen voor het geheel
-       De nota vitaliteit
-       De nota vrijwilligersbeleid en de evaluatie daar van
-       De nota met 5 voor 4 in 1
-       De nota voortgang en volharding in samenwerking
-       De presentatie van Leo Fijen op 8 november 2006
-       “In de duizend gezichten van Uw volk” + het bijbehorende magazine (beleidsplan Bisdom Breda 2006)
-       Verschillende boeken en geschriften van René Hornikx (Een hand vol verhalen, Het geloofsgesprek,   Geloven in gemeenschap, Spiritualiteit als motor tot vernieuwing)
-       Jacobine Geel, Succes van de kerk
-       Jan Hendriks, Op weg naar de herberg
-       Jan Berkhout, Pastoor van Volendam
-       En vanzelfsprekend “het samen gedragen verhaal”


2.  Waarom een apart pastoraal plan over gemeenschapsopbouw?
Gemeenschapsopbouw lijkt zo vanzelfsprekend. Het wordt vaak niet als bijzonder ervaren binnen onze katholieke kerk. Het zegt, zo horen en merken we ook in de praktijk niet echt iets over ons geloof. Anders is dit toch met catechese, diaconie en liturgie (leren, dienen, vieren) waar het inhoudelijk gaat om onze geloofsuitoefening. Gemeenschapsopbouw is toch alleen maar een middel om tot geloofsuitoefening te komen, zo wordt vaak gedacht en gesproken. Gemeenschapsopbouw lijkt daarmee een vierde pijler te zijn die er zo maar een beetje bij hangt en vooral ondersteunend is naar de andere pijlers.
Dit standpunt kunnen wij niet onderschrijven. Kerk zijn is samen doen (gemeenschap!), samen verantwoordelijkheid voelen voor de kerk. Dat  houdt niet op bij het laten plaatsvinden van een dienst op zondag.  En het gaat, zo vinden wij niet alleen om het regelen, de organisatie van de kerk. Als we over gemeenschapopbouw spreken gaat het over veel meer: er gebeurt iets met en tussen mensen, in hun relatie tot elkaar, in hun gericht zijn op elkaar, in hun relatie tot God. Alleen dan kan er echt sprake zijn van gemeenschapsopbouw.
In deze gedachte gaat het dus bij gemeenschapsopbouw om veel meer dan de organisatie van het werk binnen de kerk. Gemeenschapsopbouw gaat wat ons betreft ook over ons geloven in God en dat heeft alles te maken met de wijze waarop wij samen aan ons geloof inhoud geven. In het kruis komt dit nog het best tot uitdrukking: Gericht raken tot God zien we terug in de verticale as van het kruis; in de horizontale as van het kruis zien we onze relatie tot elkaar.
Gemeenschapsopbouw wordt vaak als iets technisch gezien. Een pijler met zakelijke termen als “kerkelijk opbouwwerk”, “communicatie”, “financiën”, “beleidsorganen”, die niet iets oproepen. Natuurlijk is het erg belangrijk dat hier aandacht voor bestaat. En dat zal ook in deze beleidsnota aan de orde komen. Maar we moeten vooral ook oog hebben voor wat er achter dat vele werk tussen mensen gebeurt. Het is interessant om ons daarbij ook de vraag te stellen wat de vele vrijwilligers in onze parochie inspireert om voor onze kerk actief te zijn.
Als we zo naar de pijler gemeenschapsopbouw kijken, dan krijgt die pijler kleur: want dan gaat het ook bij gemeenschapsopbouw over mensen.
Als we zo over gemeenschapsopbouw denken en spreken dan hebben we het over betrokkenheid op elkaar, saamhorigheid, een vertrouwengevende sfeer binnen de parochie. Maar hierbij komt ook de vraag aan de orde of we durven uit te komen voor ons geloof. Hiermee raken we de essentie van gemeenschapsopbouw.
Als we dan vervolgens kijken waar we met gemeenschapsopbouw aan willen werken, dan willen we allereerst stil staan bij wat voor parochie willen we zijn en wat hebben we al bereikt. En dat mogen we doen met gepaste trots.
 
3.Wat voor parochie willen wij zijn?
Als we dromen over de toekomst van onze parochie dan komen bij ons allereerst vertrouwde beelden naar voren als: mensen bij elkaar brengen, een gastvrije parochie, een parochie die de Blijde Boodschap, het verhaal van Jezus uitdraagt.
Maar er is naar onze mening meer nodig. Wat ons betreft is dat samen te vatten in de volgende punten:
-       verlangen
-       niet klagen, maar handen uit de mouwen
-       zelfbewust en met trots deel zijn van de maatschappij.

3.1 Verlangen
René Hornikx, pastoraal theoloog en pastoraal opbouwwerker in het bisdom Den Bosch verwoordde dit “verlangen” tijdens een werkdag over kerkopbouw als volgt:
“Verlangen drijft me voort.
Bij de doop van een kind werd de volgende tekst gelezen: “Je hebt iets uit de hemel meegenomen, je hebt iets van een engel meegebracht”. “Iets” vertaal ik met ‘‘verlangen’’. Met het volgende verhaal wil ik dat ‘’iets” duiden.
Een schrijver vertelde eens het verhaal van een man die met zijn zoontje op reis was. Het zoontje stelde alsmaar vragen: “Vader, die lijn die we daar zien, wat is dat? Dat is de horizon jongen. De horizon, wat is dat vader? Dat is de plaats waar hemel en aarde elkaar raken. En is er achter de horizon nog iets? Natuurlijk jongen, dat is nog een heel ander land wat wij niet kunnen zien. En dan na een lange stilte: vader, hoe lang we ook lopen, de horizon komt niet dichterbij? Waartoe dient de horizon toch? De horizon, jongen, dient ertoe dat wij verder blijven lopen”.
 
Verlangen naar inspiratie vormt de horizon van mijn/ons geloven. Het laat mij/ons vermoeden dat er meer is dan wij met het blote oog kunnen zien. Het is het lokkende perspectief dat hemel en aarde elkaar ergens raken en dat wij op weg zijn naar die plaats, ook al weten we dat de horizon steeds wijkt. We zijn als gelovigen onderweg naar de plaats waar God zich bij uitstek laat ontmoeten. De vindplaats van God is daar waar mensen elkaar verstaan.
God breekt door op de plaats en op het moment dat een mens voor een ander mens leefruimte maakt en een vergezicht opent op geluk. Daar raakt de hemel de aarde, daar woont God en daar wordt parochie geboren. Op die plek bouwen we even een tent. Om het wenkende perspectief te vangen met het geheugen en het op te slaan als een dierbare herinnering.
Ik ga er van uit, dat er bij mensen in de parochie zo’n verlangen leeft.
Dit verlangen, of een visie op parochie, die een beloftevolle toekomst aangeeft, stuurt de parochie als organisatie. Bij het begeleiden van een groep in de parochie (die ik bijvoorbeeld begeleid en die werkt aan gemeenschapsopbouw, of aan een proces van reorganisatie) ga ik er van uit dat er iets van “samen” moet zijn. “Iets” wat we delen, waar we voor gaan, dat ons inspireert. ……
Als mensen samen ergens in geloven, vinden ze wegen en middelen om dat doel te bereiken.
Ik kan het niet nalaten om het prachtige beeld van Antoine de Saint Exupéry heeft geschreven op te lezen:
“Als je een schip wilt bouwen, breng dan geen mensen bij elkaar om hout aan te slepen, werktekeningen te maken, taken te verdelen en het werk te delen. Maar leer mensen verlangen naar de eindeloze zee”.
(uit een bijdrage van René Hornikx aan de WKO werkdag Geloofscommunicatie en Kerkopbouw, 10 november 2005)”                                                                                                                                                                   
3.2. Niet klagen, maar handen uit de mouwen
In zijn presentatie in de Goede Herderkerk op 8 november 2006 heeft Leo
Fijen, presentator van het KRO tv-programma Kruispunt, ons verteld hoe we kunnen werken aan actieve en vitale geloofsgemeenschappen.
In de kern kwam dat neer op het volgende:
-        Durf afscheid te nemen van de grote volkskerk uit het midden van de vorige eeuw. Klaag niet over het feit dat kerkbezoek daalt of dat anderen geen belangstelling hebben voor de kerk, maar straal vooral enthousiasme uit naar anderen, zowel binnen als buiten de kerk.
-        Roep nieuwsgierigheid op bij anderen en probeer ook mensen buiten onze kerk te prikkelen en te interesseren.
-        Zet mensen die wat betekenen voor de kerk in het zonnetje. Besteedt zorg aan je vrijwilligers.
-        Doorbreek de sprakeloosheid en laat zien wat jou raakt.

3.3. Zelfbewust en met trots deel zijn van de maatschappij
Zoals  hierna in  de hoofdstukken 4 en 5  van deze nota wordt geschetst is het gewenst dat wij ons meer gaan richten op zowel mensen buiten onze parochie als  parochianen binnen onze parochie die zich niet of slechts in beperkte mate bij onze parochie betrokken voelen.
Dit heeft verschillende dimensies:
-       Allereerst oog hebben voor wat er buiten onze parochiegemeenschap gebeurt.
-       Daar ook iets mee doen: betrokkenheid tonen t.a.v. vraagstukken die in onze lokale samenleving, maar ook in ons land en in de wereld spelen en daarover standpunten (durven) uitdragen niet alleen binnen, maar ook buiten het kerkgebouw en daarbij bondgenoten en partners binnen de samenleving te zoeken!
-       Veel manifester uitdragen wat wij als kerk te bieden hebben. Doe dat met meer trots, maar ook met een beter en slimmer gebruik van de moderne communicatiemiddelen en -technieken.
-       Zoeken naar andere vormen van geloofsoverdracht en geloofsuiting. Een goed voorbeeld daarvan is Spirit in Roosendaal, maar het zou ook bijvoorbeeld een pastorale avond kunnen zijn.
-       Meer lokale en regionale samenwerking, niet omdat het Bisdom ons dat oplegt, maar omdat we daar zelf de meerwaarde van zien. Daarbij moeten we vooral blijvend zoeken naar nieuwe creatieve samenwerkingsvormen. Dit is een goede basis om van daaruit te werken aan de formele samenwerking in de stad Roosendaal die door het Bisdom wordt beoogd.
 

4. Wat hebben we al bereikt?
Zoals we dat ook hebben aangegeven in o.a. het pastoraal plan liturgie is het goed om ook te bezien waar we als parochie staan als we het hebben over gemeenschapsopbouw.
We willen dan vooral benadrukken wat we op het gebied van gemeenschapsopbouw al hebben gerealiseerd, waarbij we er vooral ook trots op mogen zijn dat we dat al hebben bereikt. Trots dat wij als parochie in staat zijn gebleken om in goede harmonie te werken aan een parochie, waarbij we zowel naar binnen als naar buiten uitstralen dat wij ook daadwerkelijk in ons doen en ons handelen één parochie zijn.
Maar daarnaast moeten we ook de minder ontwikkelde punten durven te benoemen en daarmee kritisch zijn op ons eigen functioneren.
We willen dat doen aan de hand van een sterkte/zwakte analyse of eigenlijk nog beter een SWOT- analyse (Strenghts, Weakness, Opportunities, Threats). In zo’n analyse worden de sterke en zwakke punten en de kansen en bedreigingen in dit geval op het gebied van gemeenschapsopbouw benoemd. In het bedrijfsleven is zo’n analyse een populair middel om de situatie van een onderneming in kaart te brengen en wordt zij ook toegepast bij het strategisch management van een onderneming.
Aanvankelijk wilden we deze analyse zelf maken, tot we er achter kwamen dat zo’n analyse in het najaar van 2006 al was gemaakt door het parochiebestuur.  We hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Het parochiebestuur komt in haar analyse tot de volgende conclusies, die wij hierbij samengevat in onze eigen woorden weergeven:
Het unieke en daarmee ook de kracht van onze parochie is dat we kunnen spreken over “verschillende pluimages in één ARK”, oftewel diversiteit in saamhorigheid, oftewel eenheid in verscheidenheid.
Dit is mogelijk doordat iedereen zichzelf kan zijn, er wederzijds respect door alle geledingen bestaat, zowel horizontaal als verticaal tussen parochianen, vrijwilligers, pastores, leden van parochievergadering en parochiebestuur.
We hebben 4 zelfdragende geloofsgemeenschappen met ieder een eigen karakter, een eerst aanspreekbare pastor en een klankbordgroep. Aanvankelijk was die klankbordgroep uit nood geboren, toen er geen pastor of pastoraal werker beschikbaar was, nu blijken die klankbordgroepen in toenemende mate het zelfdragende karakter van de geloofsgemeenschappen verder te ontwikkelen.
De pastores worden door deze klankbordgroepen niet in de wielen gereden, sterker noch ze zijn er duidelijk ter ondersteuning van het pastoraal team en een aanspreekpunt voor de geloofsgemeenschap.
We zijn als parochie de afgelopen jaren in staat geweest om met beperkte financiële middelen en met hulp van derden, drie nieuwe steunpunten te realiseren en in te richten (Tolbergse Schuurkapel, het nieuwe pastoraal steunpunt St.Franciscus en het nieuwe pastorale centrum H. Maria Hemelvaart in Nispen). Nog niet zo lang geleden hebben we ook het besluit durven nemen om de St. Franciscuskerk aan de katholieke eredienst te onttrekken en zijn we ook gefuseerd tot een nieuwe parochie.
Dit alles geeft aan dat we een parochie zijn waar we niet bij de pakken neer zitten, maar met kracht en lef problemen aanpakken zonder daarbij a-priori afhankelijk te (willen) zijn van anderen zoals het bisdom. En bij dat alles mogen we zeggen, zoals hiervoor al aangegeven, dat de samenwerking binnen alle geledingen van de parochie er alleen maar op vooruit is gegaan.

 

Maar ook op andere terreinen heeft de gemeenschapsopbouw zich goed ontwikkeld:
o    we mogen spreken van een pastoraal team, waar pastores zeer collegiaal zijn t.o.v. elkaar en ook gebruik maken van elkaars specifieke kwaliteiten bij het invullen van hun taken.
o    Er is sprake van een actief vrijwilligersbeleid, waarbij de verschillende werkgroepen van de geloofsgemeenschappen steeds in elkaars keuken kijken.
o    De samenwerking met de andere Roosendaalse parochies wordt steeds beter op zowel bestuurlijk vlak, maar ook via werkgroepen en sinds kort ook door het gegeven dat nieuwe pastores die benoemd worden voor 50% werken in hun eigen parochie en voor 50% een specifiek stedelijke taak hebben.
o    Beleidsmatig zijn we als parochie goed bezig, omdat we werken vanuit een gezamenlijk gedragen beleidsplan (het samengedragen verhaal) en de daarop gebaseerde pastorale plannen.
We willen als werkgroep niet volstaan met alleen deze analyse, maar daar nog het volgende aan toevoegen.
We hebben ons als werkgroep de oprechte vraag gesteld: “Maar valt er dan niets te verbeteren. Wat zijn onze zwakke punten, wat zijn de bedreigingen en waar liggen onze kansen?”
Wij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat er zeker nog punten zijn die verbeterd kunnen worden en dat er ook kansen liggen die we als parochie moeten aangrijpen.
Het gaat daarbij ons inziens om twee punten die wij hieronder willen uitwerken:
-        we mogen niet volstaan in alleen een gezapig vaststellen dat het allemaal geweldig gaat in onze parochie. We dienen ons bewust te zijn van ontwikkelingen, die zowel binnen de parochie als van daarbuiten op ons afkomen (“bedreigingen”, “treaths”, maar ook “kansen”, “opportunities”).
-        Zijn we als parochie niet te veel in ons zelf gekeerd en zijn we naar buiten toe er ook wel voldoende van bewust wat wij te bieden hebben.
Ad 1:
Het is in het algemeen zo dat de groei van een organisatie niet gelijkmatig verloopt. Soms zijn prikkels nodig om tot actie komen. Die prikkels kunnen van buiten komen, maar bijvoorbeeld ook doordat nieuwe mensen nieuw leven in de brouwerij brengen. Ook kan het zijn dat het niet goed gaat en dat ingrijpen letterlijk en figuurlijk noodzakelijk is.
Wij mogen met trots vaststellen dat we in de afgelopen jaren als parochie met veel elan veel nieuws hebben gerealiseerd. Iedereen heeft daar op welk niveau dan ook een belangrijke bijdrage aan geleverd. We hebben dat vooral samen en in samenwerking gedaan.
Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat er met name de laatste jaren iets van de glans van het nieuwe verdwijnt. Dit is geen verwijt naar wie dan ook, maar een normale ontwikkeling. Maar we moeten het wel onder ogen durven zien. Het is nu de tijd om met nieuw elan,  nieuwe dingen op te pakken, nieuwe wegen in te slaan. En dan met name op het gebied van gemeenschapsopbouw. Dit is absoluut noodzakelijk om als parochie verder te kunnen groeien. In hoofdstuk 5 willen we concreet aangeven wat opgepakt zou moeten worden.

Ad 2:
Als we dan een evenwichtige analyse maken over onze parochie dan moeten we vaststellen dat we erg intern gericht zijn. Dit geldt voor onze oriëntatie op die parochianen in onze parochie die zich niet of nauwelijks gebonden voelen aan onze parochie. We hebben daar onvoldoende oog voor. Maar het geldt ook voor onze blik op de samenwerking in de regio, en nog breder onze oriëntatie op wat er in de samenleving speelt. We spelen daar nog te weinig op in. Dit wordt versterkt doordat wij ook niet voldoende in staat zijn om ons naar buiten, naar de samenleving, maar ook in onze parochie te presenteren. We moeten meer meedoen aan het maatschappelijk debat, zowel in de eigen wijk, als de stad Roosendaal en ook inspelen op landelijke ontwikkelingen.
We hebben op zoveel terreinen als parochie iets te melden, maar doen dat onvoldoende.
 

5.Wat willen we nu concreet bereiken

Praktische voorstellen:
In de voorgaande hoofdstukken hebben we vooral een beschouwing gegeven hoe we er als parochie voor staan als het gaat om gemeenschapsopbouw. Ook hebben we op hoofdlijnen aangegeven wat wij als parochie (zowel collectief als individueel als parochianen, bestuur, pastores en vrijwilligers) zouden moeten uitstralen. Oftewel welke attitude van ons (pastores, parochiebestuur en parochievergadering) wordt verwacht.
Maar een parochieel plan gemeenschapsopbouw zou vanzelfsprekend niet af zijn wanneer ook niet een aantal concrete verbeterpunten zouden worden benoemd.
In dit hoofdstuk willen we daar op ingaan, waarbij we de verschillende aspecten die met gemeenschapsopbouw te maken hebben afzonderlijk aandacht zullen geven.
 

5.1 Interne organisatie
-    Het secretariaat van de parochie
We moeten ons bewust zijn van de belangrijke positie die de vrijwilligers op het secretariaat als gastvrouw of als gastheer vervullen voor onze parochie.  Zij zijn in het contact met parochianen en ook naar anderen voor een belangrijk deel het gezicht van onze parochie.
Om ook in deze tijd op dit punt professioneel te handelen is het gewenst deze vrijwilligers een permanent aanbod te doen om zich in deze belangrijke taak nog beter toe te rusten. 
-    De klankbordgroepen
De klankbordgroepen - ooit uit nood ontstaan in de geloofsgemeenschap St. Franciscus - zijn niet meer weg te denken uit onze parochie. Ze zijn erg belangrijk – zo niet onmisbaar - voor het functioneren van de verschillende geloofsgemeenschappen. In de beleidsnota “In de duizend gezichten van Uw volk” van het Bisdom wordt in dit verband gesproken over de wens om te komen tot “contactgroepen”.
Het advies is om de functie van deze klankbordgroepen verder uit te bouwen tot de organisatie die verantwoordelijk is voor alles wat betrekking heeft op de dagelijkse gang van zaken binnen de geloofsgemeenschap. De klankbordgroepen hebben in onze beleving geen taak als het gaat om inhoudelijke / pastorale zaken. Die worden meer centraal vanuit de parochie of door de pastores opgepakt of zelfs vanuit de stedelijke samenwerking.
-   Financiële administratie
Hoewel zeker geen verbeterpunt willen in deze nota (als voorbeeld hoe het kan en moet) ook stilstaan bij de financiële administratie van onze parochie.
Die financiële administratie is helemaal op orde. De medewerkers die daar voor zorgdragen zijn daartoe allen inhoudelijk goed toegerust. Ook is de financiële administratie voortreffelijk georganiseerd. Dit betreft met name voor het beheer van de financiën belangrijke functiescheiding waarover heel concrete afspraken zijn gemaakt. Bij de controle van jaarrekeningen over de afgelopen jaren hebben we dit uitdrukkelijk kunnen vaststellen.
-    Kerkledenadministratie
Wij zijn van mening dat m.b.t. de kerkledenadministratie nog een kwaliteitsslag kan worden gemaakt. Allereerst is het gewenst om te komen tot één kerkledenadministratie voor de gehele parochie. Er gaat nu veel kostbare tijd verloren bij het zoeken naar parochianen die binnen de parochie verhuizen. Ook komt het voor dat parochianen verkeerd of dubbel worden benaderd.
Het zou goed zijn om de welkomstgroepen, die schriftelijk of aan de deur nieuwe parochianen welkom heten, te vitaliseren.
Voor wat betreft dit welkom aan nieuwe parochianen moeten we ons niet alleen richten op de informatie die wij via SILA (de Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie) binnenkrijgen. Vele mensen staan niet meer als zodanig met een SILA-stip geregistreerd, maar zijn wel katholiek en voelen zich parochiaan binnen onze parochie.
-   Kerkopbouwwerk/maatschappelijk werk
Naar onze mening is het gewenst dat er aandacht komt voor de maatschappelijke en sociale ontwikkelingen in de wijk, niet alleen vanuit diaconaal oogpunt, maar ook vanuit het oogpunt van gemeenschapsopbouw. De parochiegemeenschap is meer dan alleen de parochianen die in de wijk wonen. Vanuit onze parochiegemeenschap kunnen we niet alleen, maar moeten we ons ook verbonden weten met andere groepen in de samenleving met name in de 4 wijken van onze parochie (Tolberg, Kroeven, Langdonk, de Dijken) en Nispen, maar ook in de gehele stad Roosendaal.
Het is gewenst dat we blijvend aandacht schenken aan de contacten met de scholen (met name de basisscholen) en dat daarvoor aandachtsfunctionarissen worden aangesteld.
Het is gewenst ook aandacht te hebben voor het gemeentelijke rampenplan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de positie van de pastor bij een tragisch ongeval of kleine ramp in de wijk. Pastor Berkhout, pastoor in Volendam ten tijde van de grote brand in café “Het Hemeltje”, heeft in zijn boek “Pastoor van Volendam” vanuit zijn ervaringen aangegeven hoe belangrijk is dat ook de kerk in een situatie van een ramp vanaf het begin van de hulpverlening wordt gekend en erkend. Maar hij heeft daarbij ook laten zien dat de positie van een pastor kwetsbaar is en dat het noodzakelijk is dat bij een omvangrijke ramp samenwerking en opvang (ook van de professionals binnen de kerk!) absoluut noodzakelijk is. Wij achten het gewenst dat in voorbereidende zin hier nu al aandacht aan wordt besteed. Een ramp komt altijd onverwacht!
-   Vrijwilligersbeleid
Hieromtrent is nog niet zo lang geleden met de nota vrijwilligersbeleid al nieuw beleid vastgesteld. Het blijft zaak voordurend alert te zijn dit beleid ook daadwerkelijk uit te voeren. Vorming, opleiding en scholing zijn daarbij belangrijke aandachtspunten.
 

5.2 Communicatie
-    Om te beginnen willen we voorstellen om een communicatiebeleid op te stellen waar personen communicatietaken krijgen toebedeeld vanuit de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden die zij binnen onze parochie hebben. Een van de aandachtspunten voor zo’n communicatiebeleid is de instelling van een permanente werkgroep communicatie, die vanuit een brede scope alle aspecten van communicatie overziet en aanstuurt (website, emailgebruik, parochieblad, perspublicaties).
-    In het algemeen is het gewenst om de mogelijkheden die er zijn om ons via de media te presenteren (nog) beter te gebruiken. In de Roosendaalse Bode hebben we een herkenbare plaats, maar er is meer mogelijk, bijvoorbeeld ook door gebruik te maken van andere media. Het is gewenst daarbij ook tot een set van afspraken te komen over de  communicatie wanneer de parochie door de media wordt benaderd.
-    Ook in het parochieblad kan meer informatie worden gegeven over allerhande onderwerpen. Denk aan opbrengsten van de collecten, maar bijvoorbeeld ook regelmatig een interview met kerkbetrokkenen. Laat mensen reageren op artikelen in het parochieblad. Zet er e-mailadressen bij om dit eenvoudiger en aantrekkelijker te maken. Daarnaast kan bijvoorbeeld ook een column bijdragen aan een parochieblad met een moderne uitstraling.
-    Onze website is toe aan een update. De site heeft nu een nog al zakelijke uitstraling die niet past bij wat wij als parochie willen uitdragen. Meer verdiepende en spirituele teksten zouden de website een betere uitstraling kunnen geven. Ook zou meer gebruik gemaakt kunnen worden van foto’s van allerlei activiteiten en mensen die voor de kerk in actie zijn.
-    Draag het beleid dat wordt vastgesteld steviger uit via o.a. parochieblad en website, maar ook door interactieve bijeenkomsten met de parochianen. Let daarbij vooral ook de cohesie tussen de verschillende beleidsstukken. In het bijzonder dient daarbij de noodzaak tot verdere stedelijke samenwerking te worden uitgedragen. Benoem vooral de voordelen daarvan.
 

6.Slotbeschouwing
In de eerste twee hoofdstukken van deze nota heeft de werkgroep aangegeven dat gemeenschapsopbouw geen pijler is die er zo maar aanhangt. We hopen dat we voldoende hebben kunnen duidelijk maken dat gemeenschapsopbouw ook alles te maken heeft met de wijze waarop wij individueel en samen als parochianen binnen onze parochie vorm geven aan ons geloof en dus ook niet los staat van diaconie, catechese of liturgie.
Wellicht kunnen we dat tenslotte nog eens extra benadrukken met een laatste concreet voorstel dat wij willen doen.
De werkgroep Samen Verder heeft van begin af aan de goede gewoonte gehad om bijeenkomsten van de werkgroep te beginnen met een korte (spirituele) tekst. Wij hebben zo’n tekst elke keer weer als bemoedigend en inspirerend ervaren.
Wellicht zou de afspraak kunnen worden gemaakt dat bij de aanvang van alle bijeenkomsten die in parochieverband plaatsvinden, gestart wordt met zo’n moment van rust en bezinning.